“Maar ik denk al zo veel!”
Denken kan een beetje pijn doen, als je het niet gewend bent. Zoals een spier die je weinig gebruikt, en die ineens moet presteren.
Ik heb het over echt denken, dat wil zeggen kritisch en creatief denken, wat iets anders is dan het volgen van je eigen associaties en het herbevestigen van je bestaande, vertrouwde kijk op de dingen.
Om niet te hoeven denken verzinnen mensen allerlei smoesjes. Ook als ze tegenover mij zitten in de spreekkamer, en dus tijd en moeite en geld willen besteden aan hun denken. Hoe kan dat?
We zijn niet uit één stuk. We willen het ene, maar verlangen het andere, en wat we erover zeggen is vaak nog een derde variant. Als je echt gaat denken, kunnen je zogenaamde zekerheden gaan wankelen en daar zien veel mensen tegenop.
Best begrijpelijk. Maar dat is wel hoe je verder komt.
Om ondanks hun goede voornemens onder de dreigende denk-arbeid uit te komen, zeggen mensen “Ik denk veel te veel!” of “Ik zit al de hele tijd in mijn hoofd!”
Maar dat is piekeren en malen. Cirkeltjes draaien. Juist door echt te gaan denken kun je daaruit loskomen. En eindelijk nieuwe gedachten ontwikkelen.
Zo train je meteen die denkspier. En voor je het weet, krijg je er plezier in. Pas op, straks word je nog een denker...
Het loopt storm bij de ISVW-leergang Filosofisch practicus. De groep die volgende week start is vol, met drie mensen op de wachtlijst. Wie nu achter het net vist, maar zich uiterlijk 31 mei inschrijft voor volgend jaar, krijgt 300 euro korting. Ik ga daarom gewoon door met de oriëntatie- en toelatingsgesprekken. Interesse in de werkwijze? Kom langs in Delft, dan praten we erover.